Lucht

Ze staat een beetje te draaien bij de deur. Het is duidelijk dat ze het spannend vindt en eigenlijk niet wil. Haar vader, die naast me zit aan de grote tafel in de ontvangsthal, kijkt op van zijn papieren, zucht en loopt met boze passen naar de open deur. Hij pakt haar op en zegt duidelijk: “nee, je gaat gewoon dansen nu.” Het is de druppel en ze begint te huilen. Haar vader probeert haar streng terug de zaal in te duwen, wat nog meer weerstand bij het meisje oproept.

Liv en Nomi zitten op de grond in de zaal en kijken mij via de open deur met grote ogen aan. Wat gebeurt hier zie ik ze denken. Ik geef ze een glimlachje en haal m’n schouders op als teken dat mama het ook niet weet. De vader die nog staat te worstelen met zijn huilende dochter bij de deur van de danszaal is er klaar mee. Een beetje ruw zet hij zijn kind, huilend, terug de zaal in en sluit de deur. Hij loopt terug naar de tafel en gaat verder met het lezen van zijn spreadsheets die over de tafel liggen uitgespreid.

Bam, met dat deur dicht is, is niet alleen het contact met zijn dochter verbroken maar ook het contact met die van mij. Mijn bloed kookt. Die open deur is nou net wat mijn meisjes het zelfvertrouwen geeft om niet ook huilend de zaal uit te komen. Om af en toe een zwaaitje te kunnen doen naar mama waarop ik kan reageren met een bevestigende duim omhoog. En met zijn ene handeling doet hij iets wat niet alleen invloed heeft op zijn dochter maar ook op die van mij.

Gedachten gaan als een sneltrein door mijn hoofd. Moet ik hier iets van zeggen? Moet ik demonstratief de deur weer open doen? Voor mijn meisjes, mezelf, opkomen? Of moet ik liefdevol ook zijn onmacht kunnen zien? Zijn worsteling? Want ook al ben ik boos, die zie ik. Ik ben verstijfd. Ik weet het gewoon niet. Mijn hoofd heeft kortsluiting.

Ik voel het daarentegen wel. In mijn buik trekt een strakke knoop aan en ik voel dat het niet klopt met die deur dicht. Dus wacht ik totdat de ergste bibbers in mijn benen weg zijn en de mist in mijn hoofd weer opgetrokken. Sta ik op en open de deur op een kiertje. De meiden zien het en zwaaien blij. Bemoedigend steek ik mijn duim op. Dat geeft lucht. In ieder geval, in mijn hart.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.