Ooit

Eén voor één veegt hij de foto’s opzij. Ik bekijk ze goed voor zover dat gaat op het kleine scherm van zijn telefoon. “Kijk, er is zelfs een wijnkelder”, zegt hij als we bij de laatste foto aankomen. “Het is echt perfect. Precies wat we zoeken.”

En dat is het. Perfect. In gedachte zie ik ons elke zomer al zitten in de grote tuin terwijl de kinderen bommetjes maken in het zwembad. De deuren van de gezellige serre wijd open om de warmte uit huis te krijgen. Vrienden en familie die op bezoek komen. De kinderen die met elkaar een hut bouwen in de boomgaard terwijl de volwassenen borrelen in de schaduw. Marshmallows die boven het kampvuur worden geroosterd. Gitaren die er bij worden gehaald. Dansen op blote voeten tot midden in de nacht. Niemand die ons ziet, niemand die ons hoort.

De bijkeuken verbouwen we tot een kantoor zodat ik mij overdag kan terugtrekken om te schrijven. Binnen komt een openhaard waar we kunnen opwarmen voor als we ook de herfst- en kerstvakanties hier gaan doorbrengen. Op een dag trouwt één van de kinderen in het knusse kapelletje in het nabijgelegen dorp, omdat ze zo’n goede herinneringen heeft aan deze plek. Omdat dit de plek is waar onze kinderen zich naast ons huis in Nederland ook zo thuis voelen.

En misschien als we later met pensioen zijn, trekken we ons hier helemaal wel terug. Dan maken we een grote moestuin en verbouwen we onze eigen groenten. Eten we elke ochtend warme croissants en verse eieren. Maken we in de middag lange wandelingen met onze honden. Het zal stil zijn tot de vakanties aanbreken en onze kinderen en kleinkinderen de boel weer komen opschudden. Maar bovenal zal het perfect zijn.

“Dus wat vind je?”, vraagt hij. Ik schrik op uit mijn gedachten. “Ooit… op een dag… doen we het”, antwoord ik.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.