Soep

Ik word wakker en voel het meteen. Vandaag is weer zo’n dag. Een dag waarop mijn hoofd gevuld is met watten en mijn benen met lood. Een dag waarop ik het liefst de gordijnen dicht laat en mij onder de dekens verstop in de hoop dat niemand mij zal vinden.

Maar als moeder van 3 is dat geen optie. Ik zal gevonden worden. En als ik gevonden word zullen de kinderen de rest van de dag vrolijk om mijn heen stuiteren. Ik spreek mezelf streng toe. Ik zeg iets in de trant van je bent moedig, je bent sterk, je bent een goede moeder, je kan dit. Maar zo voelt het niet. Het voelt helemaal niet alsof ik het kan. Alsof ik, met mijn hoofd vol watten, een goede moeder ben.

Want hoe kan je een goede moeder zijn als je niet kunt lachen om de grapjes die je kinderen maken, geen zin hebt om spelletjes te spelen of geen energie hebt om ze ook maar met iets te helpen? Hoe kunnen mijn kinderen zich ontwikkelen tot vrolijke, onbezorgde volwassenen als ik ze niet het goede voorbeeld kan geven?

Met mijn hand zoek ik in het donker het nachtkastje af. Ik vind mijn telefoon en kijk hoe laat het is: 6 uur. Iedereen slaapt gelukkig nog. Ik open mijn aantekeningenapp en scroll door mijn bestanden heen. En dan zie ik het staan. Het onderwerp is soep. Ik open het bestand en lees. Ik ben niet heel uitgebreid geweest maar heb het in een paar bullets samengevat:

  • Maak het niet erger dan het is.
  • Blijf doorademen het gaat over.
  • Je bent echt goed genoeg.
  • Maak soep.

Ik herhaal het een paar keer in mijn hoofd, sla dan mijn dekens opzij en sta op. Ik loop de trap af naar de keuken. Soep maken. Dat is wat ik ga doen. Ondertussen adem ik door en laat ik de bui over gaan, want ook al voelt het nu niet zo: ik ben echt goed genoeg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.